Weblog Kristien Hemmerechts

Muziek voor het leven

01 / 12 / 2011

 

Het lijkt een onuitroeibare traditie in dit land: de liefdadigheid. Vaagweg herinner ik me het zilverpapier en de dankbaar knikkende negerbeeldjes. Levendiger is de herinnering aan de wafelenbak, de kaartenverkoop en de sleutelhangerverkoop. Iedereen die ooit jong is geweest (en wie is dat niet), zal zich het geleur wel herinneren, het verkleumd staan bibberen op alle hoeken van de straat, het vergeefse aanklampen van gehaaste passanten, het aanbellen huis na huis. Het hoorde bij een jeugd in Vlaanderen. Auto’s schoonmaken, oud papier ophalen (‘papierslag’, zo heette dat), allemaal voor de goede zaak. Achteraf beschouwd had het veel weg van bezigheidstherapie, een bezigheid die de jeugd van de straat hield. Enfin, we trokken er de straat voor op, maar met een legitiem doel, een goed doel.

En toen op een dag werd het roer omgegooid. Het was tijd voor inzicht, ontnuchtering en analyse. We zaten in een parochiezaal, niet om af te spreken hoe we de kaarten/wafels/sleutelhangers aan de man of vrouw konden brengen, maar om te kijken naar documentaires over multinationals, over de prijs van grondstoffen, en over de weg van grondstof tot af product. Lichtjes gingen branden, ogen gingen open, her en der klonk een ahah. Al die liefdadigheid was een doekje voor het bloeden. Sterker zelfs, liefdadigheid hielp het systeem in stand houden. Gewetens werden gesust en aandacht afgeleid. Liefdadigheid hoorde bij uitbuiting zoals een klontje suiker bij een bitter medicijn.

Indien ‘de derde wereld’ (wat is het lang geleden dat we die term hebben gehoord!) een eerlijke prijs voor zijn grondstoffen en ertsen zou krijgen, zo leerden die documentaires ons, zou de eerste wereld zijn rekeningen omhoog zien schieten. Vroeg of laag zouden de verhoudingen anders komen te liggen. Dat laatste is intussen bewezen, wat niet betekent dat er nu op aarde rechtvaardigheid heerst. Dat zal, helaas, wel nooit het geval zijn. Maar het beeld van die arme sukkelaars in de derde wereld die niets hebben en afhankelijk zijn van onze grootmoedigheid, is toch wel bijgesteld. We hebben het nu over dynamische groeilanden en over nieuwe economische reuzen. En we beseffen dat ‘wij’ misschien wel iets kunnen leren van ‘hen’.

Bizar genoeg tast die evolutie de aloude traditie niet aan. Een nieuwe generatie heeft liefdadigheid ontdekt en in een nieuw, mediageniek kleedje gestopt: Music For Life. Met zijn allen er tegen aan, geen offer te groot, geen inspanning te zwaar voor het goede doel. Er is daar in die verre landen een probleem, en wij gaan dat oplossen. Zo kunnen ‘wij hier’ ons goed voelen. Niet alleen ‘goed’, maar ook ‘superieur’: ‘de mensen ginder’ hebben onze hulp nodig en wij kunnen die geven. Het is zelfs onze morele plicht. We knopen het nuttige aan het aangename. Music For Life is leuk, spannend, sexy, trendy, cool. Win-win. Zo wordt de illusie in stand gehouden dat wij een gidsland zijn in een gidsregio. Wij weten hoe het moet, wij hebben alles op een rijtje, wij dragen onze kennis en inzichten uit naar minder verlichte landen.

Ach, ik wil de pret niet bederven. Laat de muziek klinken en de euro’s rollen. Wees gul in deze barre tijden. En laten we hopen dat het geld goed wordt besteed. Maar laten we ook beseffen dat we met die soort acties misschien in de eerste plaats onszelf een dienst bewijzen. We voeden ermee een zelfbeeld, dat intussen door de feiten is achterhaald. En ook het beeld van ‘die sukkelaars ginder’ is achterhaald. Die ‘mensen in de verre landen’ zijn heus niet meer of minder slim, ondernemend, energiek dan wij. Soms denk ik: integendeel.

Kristien Hemmerechts

@Allen: reageren op deze bijdrage impliceert dat u instemt met de regels voor deelname aan onze discussieforums; lees ze dus - mod

17 Antwoorden op “Muziek voor het leven”

  1. R.H. Zegt:

    Vlamingen geven eerder weinig aan liefdadigheid,zeker in vergelijking met bvb. Amerikanen. En vooral, ze doen dat blijkbaar vooral in het kader van grootse media-acties. Da’s jammer, want soms kruipen er zoveel middelen in al dat mediagedoe dat er bitter weinig geld overblijft voor het eigenlijke goede doel. Waarmee ik uiteraard niet specifiek Music for life wil beschuldigen, het gaat omeen algemene bedenking.

  2. Martine depestel Zegt:

    Mooie tekst van Kristien. Ik heb 5 jaar 50 euro per maand betaald voor een kind in Afrika. Ben er na 5 jaar achter gekomen dat enkel maar 5 euro aankomt in het gezin. Want 5 euro is een de max maandloon voor die mensen. Vandaag geef ik niets meer, maar geef ik geld aan het behouden van onze natuur, bossen en etc,…

  3. Philippe G Zegt:

    Laat ons beseffen dat het puur toeval is dat wij in een werelddeel geboren zijn waar het uitzonderlijk goed leven is in vergelijking met de gemiddelde aardbewoner.
    Iets terugdoen naar eenieders vermogen voor hen die het minder getroffen hebben is in mijn ogen een plicht.
    Uitzonderingen bevestigen de regel maar weldadigheidsorganisaties en humanitaire organisaties kunnen de noden en hulp ter plekke dikwijls beter inschatten en meestal doeltreffender uitwerken dan individuele initiatieven. Natuurlijk hebben zij de plicht zuiver en transparant te werk gaan en hun kosten te drukken; anders handelen, zou misbruik van vertrouwen betekenen.
    Anderzijds is het ook zo dat wijzelf niet te snel naar aanleiding van een gerucht, alle organisaties in een zak moeten steken en zwart maken. Dit is trouwens het gemakkelijke excuus van een groep die sowieso weinig of niets zouden doen.
    En last but not least: Hulp kan iedereen bieden aan iedereen: noodleidende mensen, mensen die in materiële nood verkeren, mensen die begrip, een luisterend oor nodig hebben, wat warmte .. die zijn er in voldoende getalen, in het buitenland maar ook bij ons, misschien in uw buurt.

  4. axel Zegt:

    Neen ik geef niets aan de deur ! Nooit, en ik maak geen uitzonderingen. Ik heb al te veel verhalen van “spekpaters” en andere gehoord.
    Ik geef een bedelaar geen geld maar wel een broodje. Persoonlijk geven we aan mensen die niet rond komen, dit is rechtstreeks en zonder “wegvloeien” van bedragen. En daar is die persoon in kwestie dankbaar voor en wij gelukkig .

  5. Stephanie Zegt:

    Jammergenoeg gaat het modieuze doneren - ontwikkelingshulp is hip - gepaard met hoe ook in het dagelijkse spenderen aan zaken die we niet echt nodig hebben. Toch slagen de radiozenders er wel in om liefdadigheid mainstream te maken, en zo een groter publiek te bereiken.

    Dat we ondanks - of net door - ons koloniaal verleden, met onze goede intenties nog steeds door die exotische bril naar andere werelddelen kijken staat als een paal boven water.

    Maar wat kan men wél doen? Als ik het systeem niet eigenhandig kan veranderen, heb ik toch nog een beter gevoel met Oxfam koffie en Fairtradebananen.

    Dus liever het medicijn met het klontje suiker erbij.

  6. Ina Lodewyckx Zegt:

    Veel mensen geven geld of ondersteunen op hun manier kleinere en grotere ontwikkelingsprojecten, initiatieven die (gelukkig) ver buiten de media blijven. Je zou ervan versteld van hoeveel mensen ongehinderd door die mediahypes van liefdadigheid hun eigen ding doen.Ik ken er best wel veel en je komt het niet eens te weten als je er niet naar vraagt. Ikzelf steun een Ivoiriaanse vriendin die een centrum voor alfabetisering van meisjes die om verschillende redenen het onderwijs niet hebben gevolgd, leidt. Soms vertel ik hierover aan anderen die me dan een bedrag geven dat ik opstuur naar Ivoorkust, geen tussenpersonen, geen loon van medewerkers hier, recht naar de bron. En ondersteuning van mensen ter plaatse die best wel hun ding kunnen doen en enkel een klein financieel duwtje kunnen gebruiken, maar ook zonder mijn hulp verder kunnen. Voor dit soort ondersteuning is geen music for life nodig, zij kunnen/willen geen exhorbitante sommen absorberen, gewoon kleine bedragen kunnen helpen, om een meisje een jaar te financieren met een engagement van de ouders dat ze de twee volgende jaren zelf betalen (ze sparen ervoor bij het centrum), of voor onderhoud van ruimten of aanschaf van materiaal. Het centrum heeft niet louter onze hulp nodig, ze zijn in staat om gedeeltelijk zelf voor inkomsten te zorgen via verschillende activiteiten.

  7. Helmgard Zegt:

    ontwikkelingshulp kan best via vaste projecten gebeuren, waarbij de condities op voorhand contractueel worden vastgesteld en waarbij mensen uit het Noorden ook ter plaatse alles in goede banen leiden. Pas dan is onze hulpverlelning écht efficient! Indien we daarentegen zomaar geld inzamelen voor “het goede doel”, dan zijn we nooit zeker dat het ook diegenen ten goede komt die het écht nodig hebben!

  8. Paul Hoornaert Zegt:

    Een mooie beschouwing over de evolutie van liefdadigheid, en een bekentenis dat het zoeken is naar de essentie en het nut van liefdadigheid.Er zijn dus een enorm aantal van vormen van liefdadigheid , zeer nobele vormen zoals de christelijke liefdadigheid met zijn zeven werken van barmhartigheid. Kent U nog wel deze christelijke plicht ,en kent U nog de zeven werken! Verder is er de staatkundige voem. Elke rijke staat , geeft een deel van zijn bruto nationaal product aan de ontwikkelingslanden onder vorm van geld of projecten. In ruil zijn de ontvangers dan verplicht aankopen te doen aan de milde gevers.Dan heb je nog de taltijke servive clubs , die jaarlijks een show maken , en een grote chaque overhandigen aan een goed doel. De leden van deze clubs hebben daar dan een goed gevoel bij , zij stellen een concrete onbaarzuchtige daad , waarover zij een heel jaar kunnen fier op zijn.Verder heb je ook de OCMW ’s en andere caritatieve instellingen.Het ontbreekt dus zeker niet aan de middelen en instellingen , maar het is ook nooit genoeg , de noden zijn onvoostelbaar groot. Het zal zo blijven, de arme wereldbevolking neemt exponentieel toe , en er zijn niet voldoende grondstoffen noch goedkope energie vormen om iedereen uit de armoede te helpen.
    Mischien eerst even filosoferen waar het naartoe moet met de groei van de wereldbevolking en de capriolen van onze planeet

  9. Marc Zegt:

    Liefdadigheid is een ruim begrip. Mijn ouders waren van de generatie welke nog WOII aan den lijve hebben ondervonden, zij woonden in de buurt van een militair vliegveld. Ik denk dat er een verband bestaat tussen dat en het feit dat mijn moeder steeds sprak als het over liefdadigheid ging met woorden: “Liefdadigheid is gebombardeerd in de oorlog”.
    Mijn moeder is helaas er al lang niet meer (geveld door de vreselijke ziekte die wij kanker noemen). Maar haar woorden blijven me steeds bij. Zelfs een actie zoals “Kom op tegen kanker” kan met niet overtuigen (ook al was deze ziekte al heel dichtbij). Er is nooit geld genoeg dat zou moeten besteed worden, aan wetenschappelijk onderzoek naar deze en andere ziekten. Het cijfer dat een actie “Kom op tegen kanker” oplevert verzinkt in het niets als je alle “nutteloze” en “overbodige” uitgaven welke de overheid verslind zou opsommen.

  10. Herman Heymans Zegt:

    Helemaal eens met mevr. Hemmerechts. Liefdadigheid kan je gerust rechtse solidariteit noemen: er wordt gegeven door diegenen die dat willen aan diegenen die zij willen. Uiteraard gaat dit niet 100% op voor initiatieven als “Music for Live”, da’s allemaal goed bedoeld, al zit er wel een ranzig media kantje aan. In tijden waarin ontwikkelingssamenwerking budgettair teruggeschroefd wordt, is het waarschijnlijk teveel gevraagd om op dat vlak de verplichte solidariteit eindelijk waar te maken en er sterke, betrouwbare structuren aan te geven (uiteraard in een Europese, beter nog wereldwijde context) die tweerichtingsverkeer mogelijk maken. Zou dat overigens niet helpen bij het oplossen van het migratie vraagstuk?

  11. F.M. Zegt:

    Bah, ik heb uw pleidooi gehoord voor “spuiten en slikken” op de openbare omroep. Een Hollandse samenleving welke vele malen minder conservatief en integer is als de onze was dit al een complete controverse. Ik vind niet dat er een plaats is voor vulgariteit en vuilbekkerij op de openbare omroep.

  12. Magda Peersman Zegt:

    Lieve Kristien,

    Ook wij hebben zilver papier ingezameld en aan de nonnetjes geven, overtuigd dat wij waren dat het de heidense kinderen uit de verdoemenis zou halen. We wisten toen nog niets over de rubberaffaire, laat staan dat we iets afwisten van de diamanten, goud, koper, uranium en andere mineralen die uit de vroegere eigendom van Leopold II geroofd werden.
    Met de opkomst van de televisie kregen we een ruimere kijk op moeder aarde waarop we leefden en zoals in je stuk verwoord is, werden in goedmenende kringen vragen gesteld en werden er meer en meer kritische geluiden gehoord. Er is verbetering, maar de toestand tussen doodarm en steenrijk is nog steeds schandelig.
    Wellicht is onze opvoeding de oorzaak dat we nog kippevel krijgen wanneer een liefdadigheidsactie op TV te volgen is en zeker in de kerstperiode wanneer we zien hoe die knappe mensen die zich in het huis lieten insluiten, terug in de gemeenschap komen. Hoewel we weten dat het een druppel op een hete plaat is en dat een rechtvaardige wereld een utopie lijkt. Of is het blijkt?.

  13. Toon Van den Durpel Zegt:

    Ik help mijn buurvrouw bij bv. haar inkopen omdat ze het zelf niet meer kan. Misschien dient de Vlaming eens stil te blijven staan bij zijn eigen deur (of de omgeving) ervan. Zo zal ie merken dat ondanks groei, vooruitgang en ontwikkeling, er nog steeds mensen zijn, dicht bij ons, die ook heel wat (praktische) noden hebben. Het beeld van het dikbuikig, snottebellend negertje is trouwens een grote misvatting omtrent de “derde” wereld …. en Emmerechts : “liefdadigheid is geen daad van barmhartigheid maar een daad van liefde, liefde voor de mens die ook om jou zou geven …”

  14. Stefaan Hublou. S. Zegt:

    Aan Philippe G.: het spijt me nog een waanidee aan stukken te gooien, maar het is een lang gekoesterd idefix dat niet klopt met de werkelijkheid, dat wij hier leven in een wereld waar het beter is dan in vele andere stukken van de wereld. Bij ons is er ook enorm veel ellende, maar wij willen die niet zien, wij stoppen bijvoorbeeld de vele mensen met een gebroken geestelijke gezondheid ver weg in tehuizen en klinieken; Ik heb meer dan een kwarteeuw bezoeken afgelegd in de psychiatrie, en dan weet je wel beter. In Afrika gebeurd de strijd voor het bestaan op materieel vlak, bij ons vallen de meeste slachtoffers in het spirituele, geestelijke domein: depressies, eenzaamheid, zelfdoding, vermoeidheidssyndroom, angsten, eetstoornissen, slaapproblemen, noem maar op. De Afrikanen kennen daar slechts een twintigste van of zo. Bevrijd je van de illusie dat wij een knusse, veilige samenleving hebben gebouwd. De kwade geest die ons twee wereldoorlogen op korte tijd heeft laten voeren is nog niet geheel verdwenen. De agressie slaat nu naar binnen, mensen doen zichzelf en elkaar vanalles aan. Het systeem van salarisarbeid maakt stress- en angstslaven van veel van de onzen. En doordat alles rond koopkracht en producten is gaan draaien, zijn wij heel veel goede sociale gewoonten vergeten of verleerd. Gewoonten die mijn Afrikaanse vrienden nog wel in ere houden, en daardoor hun geestelijke gezondheid op peil houden. Zoals lid van van een dynamische, warme parochiegemeenschap, waar de leden elkaar kunnen zien als een tweede familie, waar er een receptie is na elke mis die de mensen dicht bij elkaar brengt, en kansen geeft een netwerk uit te bouwen. Wij zijn een arm land, een arm continent. Niet aleen in contactarmoede en sociale armoede…

  15. Stefaan Hublou. S. Zegt:

    … IN die zin zouden wij er allen samen goed aan doen ons meer in onze inheemse traditionele spiritualiteit te verdiepen, een goede kerk te zoeken, de bijbel in te kijken, eens in een abdij te gaan logeren, te bidden in kapellen en bij onze maaltijd… En wij zouden er goed aan doen de katholieke Kerk te helpen zo snel mogelijk weer een sterke kracht, een helende instelling voor allen, te maken. Onze bevolking heeft meer dan die van (w)arme landen nood aan spirituele zorg en bijstand en leiding en heling.

  16. Harry Zegt:

    Doe iets aan de oorzaak van het probleem dan worden de gevolgen automatisch minder groot
    Music for Life mag nog een maand duren, de teller blijft oplopen (wereldbevolking)
    Spijtig maar vroeg of laat zal men het toch moeten inzien dat men een groot aantal problemen slechts kan oplossen indien de wereldbevolking niet meer zal toenemen (of dalen)
    Wist U dat er per dag 300.000 mensen geboren worden op deze planeet (u leest goed), gelukkig sterven er ook, maar veel minder

  17. Harry2 Zegt:

    Geef dat geld voor projecten aan belgen die hier in armoede leven, er zijn er meer dan je denkt

Plaats een antwoord op het bericht