Weblog Kristien Hemmerechts

Ik kook, dus ik ben goed

08 / 02 / 2012

Waarom zijn wij zo dol op kookprogramma’s? Waarom blijven we maar kookboeken kopen? Het zijn vragen waarover menig toekomstig geschiedschrijver zich langdurig zal buigen, maar laat ik een gok wagen. Koken vult het gat dat is geslagen door de leegloop van de kerken. En dat gat is groot. Kerkbezoek zorgde voor cement, voor lijm: met zijn allen naar de mis en na afloop op café. Met zijn allen eerste communie, plechtige communie en na afloop feest (cadeautjes, kroketten, ijstaart). Met zijn allen dezelfde gebeden murmelen (‘Ik geloof in God de Almachtige Vader Schepper van…’), met zijn allen naar dezelfde saaie preken luisteren (of niet luisteren), dezelfde liederen kwelen (‘Evenals een moede hinde naar het klare water smacht…’). Met zijn allen aanschuiven voor de communie: brood en wijn, zij het in erg kleine porties.

Het Laatste Avondmaal

Of je nu voor of tegen de kerk (Kerk) was, ze bood Waarden, Identiteit, Houvast. En vooral dus cement. Lijm. Het besef ergens bij te horen. Gemeenschap. Community in het Engels, wat het net iets beter uitdrukt. De pastoor die weer volk in zijn kerk wil hebben zou van elke mis een maaltijd moeten maken. Lange schragen in zijn kerk met klapstoeltjes en kommen soep met lekker brood. Uiteindelijk wordt in elke mis het Laatste Avondmaal herdacht. Waarom er dus niet een echte maaltijd van gemaakt?

Willen verwennen

In afwachting dat er keukens in kerken worden geïnstalleerd, zoeken we ons heil bij kookboeken en kookprogramma’s. We worden koks. Een mens kan uiteraard voor zichzelf koken, maar meestal doen we het voor onszelf én anderen. Lekker koken betekent: iemand willen verwennen, iemand met eten laten zien dat je van hem of haar houdt, voor iemand zorgen. Brood bakken staat voor gezelligheid (die geur!), voor warmte, geborgenheid, huiselijkheid. Een taart in de oven ruikt verrukkelijk. Je kunt koken voor vrienden, voor buren, voor familie, voor je gezin. Maar altijd breng je mensen samen. Je maakt van hen een gezelschap. Wie kookt is een goed mens. Zo simpel is dat. A caring person, om het nog maar eens in het Engels te zeggen.

Natuurlijk zijn er ook gruwelijke maaltijden met exploderende ruzies of ijzige stiltes, maar die laten we hier even buiten beschouwing.

Niet vrij van ideologie

Het mooie aan koken is dat je er niemand mee uitsluit of voor het hoofd stoot. Iedereen moet nu eenmaal eten. En we doen het ook behoorlijk dikwijls. Een mens die de tachtig haalt mag er niet aan denken hoeveel maaltijden hij of zij heeft gebruikt. Ik wilde gaan besluiten dat koken vrij is van elke ideologie, maar dat is natuurlijk niet waar. De ene eet couscous en de ander frites en een derde eet rijst. De ene is vegetariër en de ander carnivoor. En sommige mensen eten bijna niets. Omdat ze ziek zijn. Of in hongerstaking. Of omdat er te weinig voedsel is. Of te weinig geld. Misschien is het wel een schande dat sommige mensen naar kookprogramma’s kijken terwijl andere mensen honger lijden. Dat is hier even het punt niet.

Er moet daar ongetwijfeld langer en dieper over worden nagedacht, maar ik maak me sterk dat koken de nieuwe godsdienst is geworden, met kookboeken als bijbel, brevier of missaal, televisiekoks als hogepriester en driesterrenrestaurants als kathedraal. Ik laat het aan u om een bisschop te kiezen. Of een kardinaal. De paus.

@Allen: reageren op deze bijdrage impliceert dat u instemt met de regels voor deelname aan onze discussieforums; lees dus de regels - mod

11 Antwoorden op “Ik kook, dus ik ben goed”

  1. Wilfried Zegt:

    Radia, tv, en de roddelboekjes, zijn verworden tot één kookcircus met bijhorende n(kassa) boeken tot meerdere eer en glorie van de obisitas epidemie, in de hand gewerkt door al die zoveel-sterren-koks.
    Het gaan in 95% van de gevallen over authoritaire chef koks, die er een duivels genoegen in beleven om hun medewerkers de huid vol te schelden voor de camera’s. Anderzijds zijn die medewerkers onnozel genoeg om dit te slikken, of zouden ze zelf niet beseffen dat ze te kakken worden gezet?
    In naam van “de klant” zeggen ze!
    Weg met die omhooggevallen arrogante opscheppers.

    Geen enkel publiek medium dat ook maar een begin van een gedachte heeft om ook écht gezonde (en goedkope) kookprogramma’s, te promoten.
    Waarom ook geen fitness programma’s voor ieders leeftijd en fysieke mogelijkheden?
    Waarom wordt er, in strijd tegen obisitas, geen gezonde voeding aangeboden worden in al de eettenten die ons land rijk is?
    Waarom zien we zelden of nooit reclame voor gezonde voeding, tégen obsitas, aan betaalbare prijzen?

  2. Linda Zegt:

    ik herken wel wat Kristien schrijft, mensen zijn inderdaad op zoek naar samenhorigheid. De ongedwongen sfeer van de vroegere familiefeesten waar wel eens een dronken oom zijn boekje te buiten ging. Ook de gelegenheidsfeesten die vereningingen organiseerden waren voor vele mensen een bron van contact met als centrale thema eten en drinken. Maar families zijn kleiner geworden en zwermen uit, we moeten zo nodig met zijn allen een carrière maken en dus is er nog weining tijd voor familiale gezelligheid. Willen we dit nu compenseren met naar de soms idiote kookprogramma’s te kijken? Mogelijk. Of willen we ons toch weer eens superieur voelen omdat we de keukenterminologie onder de knie hebben of omdat we kunne gnuifelen met de afgang van een arme kandidaat hobbykok. Het antwoord zal wel voor iedereen verschillend zijn. De hoop is alleen dat het respect voor eten dat met zorg geteeld werd door lokale boeren of vlees dat zonder de spuit is grootgebracht om geconsumeerd te worden aan bijval begint te winnen. Er zijn wel chefs die dit hoog in het vaandel dragen. Weg met de gekunstelde schuimpjes en zalfjes en andere culinaire kwakzalverij! Laat koken en eten terug zijn wat het moet zijn/ onszelf voeden maar op een anagename manier.

  3. Pieter Zegt:

    Koken, zingen, strippen… het doet er niet toe! Ik wil beroemd worden.

  4. John Zegt:

    de inzichten van Kristien zijn zeker waardevol; graag twee bijkomende suggesties:
    - laat het ons hebben over het koken, en laat ons niet al te vlug de discussie herleiden tot kookprogramma’s op TV, en hun nut, inhoudelijk gehalte, en nieuws- of amusementswaarde. Het TV-medium is nu eenmaal een realiteit, gevuld met alles wat een maatschappij kan kenmerken: commerce, winstbejag, volksverhefferij, informatief, enz … Laat ons het koken op zich centraal stellen.
    - de positieve kant aan het verhaal van Kristien is veel belangrijker: koken wordt een verbindingselement in het sociaal weefsel dat doorheen de laatste jaren vervaagd is en steeds verder evolueert naar een anonieme samenleving, waar menselijke warmte een schaars goed wordt. Als koken een bijdrage kan leveren aan het herstel van een deugddoend en warm sociaal weefsel (dat niet uitgebreid of ingewikkeld hoeft te zijn), dan kan ik alleen maar toejuichen dat zovele hobby-koks opstaan (en wellicht af en toe eens van een trapladdertje vallen, omdat de cuisson niet naar behoren is). Zelfs het gegnuifel bij een collega-hobby-kok kan best, als het maar bijdraagt tot een gevoel van herkenbaarheid en menselijkheid.

  5. joost Zegt:

    Er zijn heden vele diakens die de kerkvieringen kunnen opluisteren, heb ik vernomen. Eigenaardig dat sedert het jaar 2000 men ergens fatidiek de kerk zou willen veroordelen; men mag niet herhalen ook niet wat er voor rampen zijn geweest in het jaar 1000 omdat men toen nog erg bijgelovig was.

  6. Lode Zegt:

    Hierbij een poging tot filosofische benadering op basis van de pyramide van Maslow.

    Mensen wensen in eerste instantie te voldoen aan basisbehoeften zoals voedsel, slaap en seks. Waarna veiligheid en zekerheid binnen een kleine al dan niet georganiseerde groep volgen. Hogerop komen we dan bij sociaal contact, waardering en erkenning, en zelfontplooiing.

    U heeft het over een de nieuwe godsdienst. Wel. Hoe ontstond godsdienst ? Het waren kleine (geloofs)gemeenschappen waarbij gelijkgestemde mensen samen een economische cel uitbouwden die hen voorzag in basisbehoeften, veiligheid, geborgenheid en sociaal contact. Uit een “globalisering“ van dergelijke gemeenschappen is een overheersende kerk ontstaan.

    In onze beleving ondersteunt deze kerk ons niet meer bij het voorzien in behoeftes, van welke aard dan ook. Maar de behoeftes blijven wel pertinent aanwezig.

    Tenzij men een specifieke opleiding volgt, krijgt men geen kooklessen op school. En ouders weren de kinderen vaak uit de keuken wegens “gevaarlijk”. Wie dan plots zonder opleiding dagelijks achter de kookpotten staat en enige vaardigheid wil ontwikkelen in de keuken, vindt dan ondersteuning in deze (stichtende) programma’s.

    Zo is “Komen eten” een format waarbij eten, huisvesting en sociaal contact overgoten met een sausje humor centraal staan. Dat zijn 3 elementen uit de pyramide gebundeld in één format. Dat deze mogelijkheid tot referentiële (bereikbare) zelf-evaluatie de menselijke nieuwsgierigheid prikkelt, verwondert me niet.

  7. Toon Van den Durpel Zegt:

    Ook hier schiet Mevrouw Hemmerechts radikaal met spek en bonen naast de kwestie. Net als de kerk werd misbruikt door een aantal machthebbers en maatschappij-bestuurders, zijn dergelijke kookprogramma’s het verlengde van een regulierende happy few die macht en geld beheren van een grote schare blinden …. het zoetzemerige gezweef over waarden en normen is in alle (verkeerde) handen een gevaar voor de individuele ontwikkeling van elk individu, of het nu vanuit een kerk of de TV-boetiekl is ….

  8. Staf Van Hove Zegt:

    Eten moet nu eenmaal iedereen doen en wij zijn ontegensprekelijk Bourgondiërs. Vroeger hielpen de jonge meisje hun moeder in de keuken en leerden ze het “vak” en werden daarbij ook onvermijdelijk geconfronteerd met het kookboek van den “Boerinnenbond”.
    Door betere levensomstandigheden - beginnende rond 1960 - kon de gewone werkmens zich eveneens een restaurant bezoek veroorloven en ontwikkelde zich een kookcultuur met gerechten die op zich kleine kunstwerken of schilderijen zijn of waren.
    Doordat ook de meisjes verder studeren gaat die vaardigheid van moeder op dochter niet meer over.
    Op televisie gebied kreeg men ook meer en meer mogelijkheden en zenders en soms vraag ik me af of de kijker niet alle programma’s heeft gezien die gemakkelijk zijn en waarin hij geïnteresseerd is.
    Deze evolutie zijn de programmamakers niet ontgaan en ook kennen zij de noodzaak, waarmee dit stukje begonnen is.
    Vandaar- volgens mijn bescheiden mening - het grote aanbod van kookboeken en kookprogramma’s. Naar de ” sterrenkoks” keek of kijk ik zelden. Maar ” Dagelijkse kost” is volgens mij de moeite waard, omdat het zo’n gemakkelijke bereidingen zijn, voedzaam en in feite de gewone en smakelijke keuken van ons moeder is.

  9. joost Zegt:

    Ik voeg er hier aan toe dat in het jaar 1000 een onbekend aantal doden viel omdat iedereen toen meende dat het einde van de wereld nabij was, het was een massahysterie, met bijgeloof en angst voor het onbekende. En de paus was toen Sylvester II, oorspronkelijk Gerbert van Aurillac, die in Spanje zelfs Arabische werken had gelezen, het stoomorgel had uitgevonden, maar er gonsden toen geruchten dat hij paus was geworden na een spelletje dobbelen met de duivel, dat hij de christenen bij middernacht zou overleveren aan de duivel, dat hij samenspande met een vrij onwaarschijnlijke vrouwelijke demon die meridiana heette, etcetera. De paus is na de middernachtmis van 999 overweldigd en vermoord door de… gelovigen. Bron: boek van Stephen Weir “historische blunders”. Gelukkig is men 1000 jaren later toch wijzer geworden onder de Poolse paus.

  10. eddie keyaerts Zegt:

    Ik kook zomaar graag. Heb ik altijd gedaan. Nooit met een gedachte bij stil gestaan.

  11. Stefaan Hublou. Solfrian Zegt:

    Een mooie, diepgaande bezinning die een mooie(re) toekomst ontwerpt, alweer. Vanuit inspiratie geschreven. De suggestie om na de mis in parochies eten en drinken te serveren, dat is niet Bull’s Head, maar Bull’s Eye. Zelf heb ik mijn echtgenote leren kennen tijdens een warme maaltijd die de bekende cursussen Basis van het Geloof op Anglicaanse leest, “Alpha Course”, vooraf ging. En sinds drie jaar ga ik een uurtje vroeger naar onze kapel, om in de zaal ernaast de hapjes en de drankjes klaar te zetten, want wij hebben begrepen dat je gemeenschap sticht met na elke eucharistieviering een receptie te geven. Dat, die receptie, is de belangrijkste vorm van uitgaven die wij dekken met de omhalingen. Op literair niveau verdedig ik het samen (koken en) eten en zitten graag met de verwijzing naar de mooie term “compagnon”: daarin zit “cum”, samen en “pane”, brood. Mijn vriend de filosoof en seksuoloog Piet Nijs wijst er op dat vele koppeltjes gevormd worden rond de eettafel en dat het ook voor het bestaande stel een van de zeven Good Practices betekent, geregeld tijd te maken om samen de maaltijd te nemen. Het succes van onze mini-maaltijden na de kerkdiensten bleek onlangs, toen onze gemeenschap spontaan op een tien dagen tijd voldoende geld wist samen te brengen om het lichaam van een overleden vriendin te repatriëren naar Uganda. En dat in een parochie die zeker niet vooral uit zeer welstellende mensen bestaat. Samen eten doet je samen werken, geeft je het gevoel één gemeenschap te zijn.

Plaats een antwoord op het bericht